Voorstraat 125 | ABBA(H)
22777
post-template-default,single,single-post,postid-22777,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.4,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12.1,vc_responsive
 

ABBA(H)

ABBA(H)

Count your blessings instead of sheep, dat advies gaf de jazzzangeres haar publiek, na een persoonlijke introductie op deze titel. Het is zo’n zinnetje wat in alle simpelheid bruikbaar is op die momenten als het even tegenzit.
Welke zinnen spelen er door het hoofd van politici die nu een half jaar vruchteloos aan het formeren zijn?
Waarmee rekenen zij zich rijk?

Wat kunnen politici leren van ABBA? Agnetha Fältskog (intussen 71), Björn Ulveaus (76), Benny Andersson (74) en Anni-Frid Lyngstad (75) staan zelf niet live op het podium, maar hun digitale jonge avatars, de ‘ABBA-tars’ digitale versies van de jonge ABBA-leden. Hun optredens vinden plaats in een speciaal daarvoor gebouwde ABBA Arena (capaciteit: 3.000 bezoekers) in het Queen Elizabeth Olympic Park in Londen. In 2016 werden al plannen gemaakt voor een digitaal experiment met hologrammen. De politici die nu aan het formeren putten wellicht hoop uit deze lange periode van voorbereiding. Wie weet start elk gesprek met een overdenking over een van hun hits: I have a dream.

Dit ABBA-project is echter een uitzondering op het gegeven dat een goed idee een incubatietijd heeft van een half jaar. Samenwerking komt niet tot stand door net zo lang te vergaderen totdat is uitgeplozen waarom verder praten zinloos is. Uitwisseling van ziens- en werkwijze is nodig, reflectie dient echter op een zeker moment omgezet te worden in actie.
Bij de formatieperikelen lijkt het er sterk op dat een gemeenschappelijk verhaal ontbreekt. Een zinsnede als ‘we voeren uitstekende gesprekken’ wordt na zo’n lange formatieperiode een nietszeggende tekst die andersom wordt gehoord:
‘we komen niet verder.’
Als er geen verhaal (lees: visie) is, gaat het voor niemand leven. Als iets duurt en duurt, gaat de rek eruit. Daarbij speelt dat de problemen van deze tijd met thema’s als klimaat, voedselproductie, migratie en woningnood een visie op langere termijn vragen. Dat vraagt een stabiele club die elkaar vertrouwt en durft voor sommige groepen, denk bijvoorbeeld aan boeren en huisjesmelkers, onpopulaire maatregelen te nemen. Daar win je de populariteitsprijs c.q. de volgende verkiezingen niet mee.

Zouden politici van verschillende partijen elkaar soms feedback geven? Dan heb ik het niet over inhoudelijke discussies, met oneliners gericht op (social) media. Slechts twee keer heb ik in mijn veelomvattende loopbaan, zo sprak hij bescheiden, een college van B & W mogen begeleiden met het uitdrukkelijke verzoek om aandacht aan teamvorming te besteden. Op landelijk niveau is een terugkerend fenomeen de informele teamdag van een regeringsploeg in vrijetijdskleding. Het lijkt dan, net als bij Prinsjesdag, veelal meer om feedback op elkaars kleding te gaan
(‘jeetje, draag jij dat thuis?’) dan wat in tal van organisaties min of meer gebruikelijk is: feedback geven en ontvangen.
Dat lijkt in de politiek ondenkbaar: politici van partijen met inhoudelijk verschillende standpunten die elkaar los van de inhoud feedback geven. Nu spreekt lichaamstaal boekdelen.
Misschien handig om toch eens een vorm vinden die bijdraagt aan de inhoud. Of blijft feedback ABBAH?