Voorstraat 125 | Nieuws
19169
blog,ajax_fade,page_not_loaded,,select-theme-ver-3.4,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12.1,vc_responsive
 

Hier, op dit eiland

 

Hier, op dit eiland
-Dordrecht ten tijde van corona-

Hier, op dit eiland,
dat sinds lang geen eiland meer is:
drie bruggen, twee tunnels,
heb ik alles zich af zien spelen
wat zich op aarde maar afspelen kan.

In dit kleine pannenkoekplatte driehoekje
tussen Willemsdorp, Kop van ’t Land en Groothoofd.

  1. Buddingh’

 

Wethouder Peter Heijkoop wilde ‘iets’ doen als bedankje voor mensen in de zorg, het onderwijs en de handhavers in de stad. Hij benaderde Mariska Wagner en Jan-Dirk Costeris van Stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen. Zij op hun beurt vroegen mij om voor dit boek de verhalen op te tekenen. Zo ben ik op bezoek geweest, een enkele keer digitaal,  bij 29 personen vanuit verschillende achtergronden en beroepen. Zij staan symbool voor wat Dordtenaren de afgelopen coronaperiode met elkaar hebben beleefd. Het boek is 8 juli in Kunstmin in aanwezigheid van een groot aantal zorgverleners en geïnterviewden gepresenteerd. Mijn terugblik op dit bijzondere rondje Dordt doe ik aan de hand van kenmerkende uitspraken van de geïnterviewden, die ook in het boek te vinden zijn.
LEES MEER

Het Nederlands elftal en de toeslagenaffaire

Wanneer heb je voor ’t laatst iets voor het eerst gedaan? Deze zin stond een tijdlang groot afgebeeld op een billboard bij het station. Het is zo’n zin die je doet stilstaan bij de vraag wat er precies wordt bedoeld. Mijn antwoord op deze vraag is nu: regelmatig ’s morgens tussen acht en halfnegen baantjes trekken in een buitenbad. Mijn destijds op de mavo behaalde zwemdiploma blijkt geen garantie voor een vlekkeloze schoolslag. ‘Waar heb jij zwemmen geleerd?’ vat ik toch op als een enigszins suggestieve vraag. De kwaliteit van mijn schoolslag mag de pret niet drukken. Het zij zo. Interessant van dit ochtendritueel zijn de korte gesprekken voorafgaand aan de dagelijkse waterdoop. Zo wees iemand mij op het verband tussen de toeslagenaffaire en het Nederlands elftal. Een opmerking die je wakker schudt, nog voor het zwemwater daar definitief voor zorgt.
LEES MEER

De complimentenman

Op 15-jarige leeftijd wilde ik graag deejay worden, geïnspireerd door destijds piratenzenders als radio Veronica en radio Noordzee. Muziek is gekoppeld aan verhalen, brengt herinneringen tot leven en is vooral sfeerbepalend. Nu draag ik aan persoonlijk welbevinden en sfeer op het werk bij in rollen als  trainer en coach. En als complimentenman!
LEES MEER

Levenslust

Wat is de overlap tussen schilder Pablo Picasso, muzikant Bob Dylan en schrijver Sander Kollaard in relatie tot corona?

LEES MEER

Zijn of azijn

Heb je weleens nagedacht over wat woorden kunnen oproepen?
Je bedoelt beroepstwitteraars met haatmail.
Mensen die maar één antwoord kennen op de vraag zijn of azijn.
LEES MEER

Geen tijd te verliezen?

Als iemand zegt dat er niets aan de hand is, is er meestal iets aan de hand. Als iemand aangeeft zich niet druk te maken, is de stress meestal voelbaar. Als we zo door redeneren betekent geen tijd verliezen, dat gebrek aan tijd iets op kan leveren.
LEES MEER

OEN

Als je er goed over nadenkt, is de coronacrisis hét symbool van infobesitas.
Ongelooflijk hoeveel woorden worden besteed aan een toestand, waarover je zou kunnen zeggen: woorden schieten tekort.
Toch doen nogal wat mensen alle moeite om uitdrukking te geven aan hun opvatting, overweging, suggestie, mening, idee.
Mijn aanname is dat deze informatieoverdosis komt omdat dit virus ons laat weten dat we niet overal invloed op uit kunnen oefenen.
De drang om de wereld naar onze hand te zetten, te domineren, is immers een kenmerk van deze moderne tijd.
LEES MEER

Gebabbel

Talkshow host (TH): Ik verwelkom mijn gasten.
Fijn dat jullie er allemaal zijn.
Het onderwerp van vanavond zal u niet verbazen.
De lege stoel is van viroloog Drupsteen die nog onderweg is naar de studio en zo hoopt aan te schuiven.
Hoe staan we ervoor? Wie mag ik het woord geven. Roept u maar.
LEES MEER

Alfamangedrag

Onlangs leidde ik met een collega een mediationgesprek. We deden ooit samen het examen voor mediator. Zo’n examen met middelbare school visioenen. Na de start moest je, om spieken te voorkomen, op de plaats rust houden, wat betekende dat je tussentijds niet van het toilet gebruik mocht maken. Met een puntig geslepen potlood en een gummetje mocht je aan de slag met heel veel feitelijke vragen. Bij mediation helpt het om met een eenvoudige vraag te starten: Hoe maken we er een goed gesprek van?
Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar je kunt er tijdens het gesprek indien nodig op terugkomen. LEES MEER

Kaaskraam

‘Hebben we een rij dan?’
Haar toon is verontwaardigd. Non-verbaal wordt zij ondersteund door haar man die haar bijstaat met demonstratief voor de borst samengevouwen handen en die vanwege zijn lengte op iedereen neerkijkend goedkeurend knikt, alsof hij wil zeggen:
‘Zo is het maar net.’
Zijn lengte heeft zij niet nodig om neerbuigend over te komen.
‘Ik zie geen rij, dat is voor mij een feit.’
De jongeman naast mij, geduldig al wat langer wachtend voor de door de kaasboer getrokken lijnen, heeft geen zin in gedoe. Hij kijkt mij meewarig aan, met zijn blik op zoek naar wederzijds begrip. Ook ik heb lafhartig geen zin om uit te leggen dat er diverse interpretaties mogelijk zijn over wat je onder een rij kunt verstaan.
De kaasboer laat het er echter niet bij zitten.

‘Mevrouw, u zult begrijpen dat ik mijn klanten niet het kaas van het brood laat eten.
Doe mij een plezier. Als u even wacht, bent u zo aan de beurt.‘
‘De kaas van het brood eten? U heeft er duidelijk geen kaas van gegeten’, kaatst zij gevat terug, dat moet ik haar nageven.
‘Maar goed, ik koop mijn kaas wel ergens anders’, vervolgt zij en geeft haar man een subtiel knikje.
Zelden een man zo snel van houding zien veranderen. Het ontbreekt er nog maar aan dat hij op commando salueert.
Zonder verder iemand nog een blik waardig te keuren, verlaten zij de kraam.
‘Ach meneer, Ieder kaasje heeft zijn gaatje. Dat zijn wel weer genoeg spreekwoorden voor vandaag. Wat mag het zijn?’
Onverstoorbaar glimlachend stelt de kaasboer zijn klant op het gemak.

Om je heen kijken. Even op je beurt wachten. Je verplaatsen in de ander.
Tot je door laten dringen wat je denkt en voelt, en selectief zijn in wat je zegt en doet.
Je mening soms gewoon voor je houden, ook wel aangeduid met de term selectieve authenticiteit.
Je zou bijna denken dat als dit ontbreekt dat eigenlijk de ziekte is van deze tijd.